1976 – Schakels

In Schakels van Herman Heijermans moet op een brief een postzegel van tien cent, gaan de mensen met een kruik naar bed, eten ze brood met bruine suiker, en is 666 het telefoonnummer van de poelier. Het is 1903, Nederland is nog overzichtelijk. In de Hollandse binnenkamers is het proper en heersen arbeidszucht en zuinigheid..

In dat milieu is Pancras Duif een buitenbeentje. Hij is opgeklommen van eenvoudig smid tot directeur van een groot staalbedrijf. Met zijn blote handen heeft hij welstand bereikt, voor zichzelf maar vooral voor zijn vier kinderen. Toch is hij geen patjepeeƫr geworden, hij heeft een vrije, grillige geest en een groot sociaal besef..

Als Schakels begint is Pancras Duif al met pensioen maar niet van plan rustig te gaan leven. Integendeel, de oude Duif – al 24 jaar weduwnaar – wil hertrouwen met zijn veel jongere huishoudster. Zijn kinderen vinden dit een onzalig plan en doen van alles om het te saboteren. Ze sturen zelfs de psychiater op vader af om zijn geluk te verstoren. Tegenover de huishoudster gedragen ze zich als onbeschofte rijkelui. Aldus ontstaat een conflict tussen kleinburgerlijkheid en vrijheid, tussen bourgeoisie en individu..

Heijermans beschrijft die strijd met groot dramatisch vernuft. Schakels is van begin tot eind spannend, geestig en wijs, nergens belerend of te moralistisch. Heijermans laat zien hoe hebzucht en kleingeestigheid een mens kunnen vernietigen, maar levert daar verder geen commentaar op. In die zin nestelt hij zich met terugwerkende kracht tussen Dickens en Brecht, tussen de romantiek van de armoede en van het sociale engagement.

1976_Schakels

1976_Schakels(2)



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *