1988 – Het geld ligt op de bank

Gustaaf Kühne is een inbreker met hart voor zijn vak. Hij laat nooit sporen achter die de politie een aanwijzing kunnen ge­ven. Volgens inspecteur Böttcher is dat juist zijn visitekaartje. Maar zoiets is geen bewijs en het is hem maar één keer gelukt Kühne er bij te lappen. Het stuk begint veertig jaar voor nu. Kühne heeft net een bank beroofd en de buit is veel meer dan hij verwacht had. Zijn zoon­tjes, Wolfgang en Alfred mochten pappie helpen. Thuis wacht moeder Erika met taart want het is Gustaaf ’s verjaardag. Maar dan verschijnt de inspecteur, die meent ditmaal een bewijs in handen te hebben. Gus­taaf doet een schietgebedje: als Onze Lieve Heer hem er voor deze keer doorheen helpt, zal hij veertig jaar niet meer inbreken. (Hij is trouwens „binnen” met deze vangst, maar het is toch een offer want het gaat hem nog meer om het spel dan om de knikkers.) En het offer wordt blijk­baar aanvaard; Gustaaf gaat vrijuit…

Het volgende tafereel speelt precies veertig jaar later. Wolfgang en Al­fred zijn gezeten burgers geworden. Moeder Erika is dood, maar haar dochter Barbara zorgt voor Gustaaf, die bijzonder vitaal is gebleven. Hij is dolblij dat de veertig jaar om zijn want nu mág hij weer! Wolf­gang en Alfred schrikken zich een ongeluk; zij willen geen schandaal in de familie. Barbara weet niets van het vroegere beroep van haar va­der; voor haar is hij een eerzaam slotenmaker. Sinds kort heeft zij een vriend, Hans Böttcher, de zoon van de vroegere inspecteur van politie. Hans is journalist en hij heeft contact met Barbara gezocht om haar uit te horen over haar vader. Hij wil een serie artikelen schrijven over onopgehelderde misdaden en in de nagelaten aantekeningen van zijn vader is hij de naam Kühne tegengekomen. Als Barbara er achter komt waarom hij haar het hof heeft gemaakt, is zij natuurlijk woedend, maar het komt allemaal in orde omdat hij echt van haar is gaan houden.

Wolfgang ’s dochter, Cornelia komt Opa opzoeken omdat ze haar juwelenkistje niet open kan krijgen. Ze is het sleuteltje kwijt. Opa draait daar zijn hand niet voor om. Cornelia is erg progressief: Ze veracht haar kapitalistische ouders en ze wil een krant uitgeven die het publiek wak­ker zal schudden. Opa begrijpt dat zij de juwelen van haar moeder ge­stolen heeft om die krant te financieren. En hij brengt haar zijn erecode bij: van je familie gap je niet – zelfs niet voor een goed doel.

Nadat Wolfgang en Alfred vergeefs getracht hebben hun vader te mis­leiden met een schijninbraak, doet zich een uitgezochte gelegenheid voor! Vlak tegenover Gustaaf ’s werkkamer is een nieuw bankgebouw gekomen. Gustaaf gaat grondig voorbereiden: hij zoekt contact met de meneer die de alarminstallatie op de bank heeft geleverd. Onder het voorwendsel dat hij zelf zo’n installatie in zijn huis wil hebben, laat hij zich het systeem haarfijn uitleggen en ontdekt de fout erin! Nu kan hij zijn slag slaan. Maar het loopt allemaal anders. Op klaarlichte dag vindt er een gewapende overval plaats op de bank en de oude Gustaaf, woedend op die gangsters die zijn mooie werk verijdeld hebben, vliegt op ze af met een breekijzer en slaat ze knock-out. Hij is de held van de dag; plotseling dikke maatjes met de politie en zó voldaan over zijn succes aan de kant van het recht, dat hij de misdaad nu wel op kan geven.

1988_Het_Geld_ligt_op_de_bank



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *